Welkom bij de Delftse Kindertuinen!

Weetjes

Zaaikalender

Op een kindertuin kunnen diverse groenten geoogst worden, dan moet er wel eerst gezaaid worden en wanneer dan? Hieronder zie je een voorbeeld van een zaaikalender van standaard gewassen.  

Wanneer Gewas Kiemtijd
9 – 13 april  radijs, tuinkers 5 – 10 dagen
16 – 20 april  snijsla, snijbiet, rucola 8 dagen
23 – 27 april  aardappelen
30 – 4 mei winterpeen, zomerpeen 28 dagen
 7 – 11 mei kroten  8 dagen
11 – 15 juni  diverse boonsoorten

Wat hebben planten nodig om te groeien?

Een plant heeft  lucht nodig, maar ook water, Ze houden alleen niet van te veel of te weinig water. Dat laten ze dan ook merken. Ze worden geel, gaan slap hangen, of verdorren. En groeien ho maar, dat doen ze niet meer. Wanneer de aarde erg droog is, moet je de planten water geven. Let er wel op dat het water niet op de bladeren terechtkomt. Als de zon  schijnt, werken de druppels net als een vergrootglas en verbranden de bladeren. Nee, het water is voor de wortels, dus maak alleen de aarde rond de planten nat. Houd de gieter vooral niet te hoog. Als je dat doet, spoelt het water de plantjes of het zaad uit de grond. En dat is niet de bedoeling.

Om te zorgen dat het water makkelijk bij de wortels kan komen, is het belangrijk dat je de aarde lekker los maakt. Lopen over je tuintje, of bed zoals dat heet, is niet verstandig, want daar wordt de grond juist hard van. Dat gebeurt ook tijdens een stevige plensbui. "Dan slaat de grond dicht" zeggen we. Ook dan moet je de aarde weer losmaken. Vergeet vooral niet onkruid te wieden. Met wortel en al, anders eten de onkruidplantjes het voedsel van jouw plantjes op.

Gelukkig hoef je niet alleen je tuintje te verzorgen. Je weet het misschien niet, maar je hebt een massa hulptroepen in de tuin. Vlinders en bijen zorgen ervoor dat het stuifmeel van de ene bloem naar de stamper van de andere bloem wordt gebracht. Bestuiven heet dat. Als er geen bestuiving zou plaatsvinden, zouden er ook geen vruchten zijn.

Maar er zijn meer diertjes die je helpen. Lieveheersbeestjes zijn verzot op bladluizen die van je plantjes willen snoepen en vogels smullen van rupsen die je kool of sla willen opvreten. In de grond zijn ook hulptroepen druk aan het werk. Wormen maken gangetjes, waardoor lucht en water bij de wortels kunnen komen. De grond wordt daar lekker los van en in losse grond groeien planten nu eenmaal beter. Ook dringt zonnewarmte dan beter door in de grond en die warmte vinden de planten fijn. Verder stikt het er van de bacteriën die ook hun bestdoen om je te helpen.

Nou, dat was het dan wel. Je weet nu waar planten van houden: van licht, lucht en water. En jij kunt een handje helpen. Maar je weet het, je doet het niet alleen. Je hebt een hele massa hulptroepen bij de hand.