Wist je dat....

Kinderen in de tuin van Juliana

De Juliana over wie het in dit stukje gaat was zelf geen Oranje, zoals onze koningin en haar familie, maar zij heeft wel alles met Oranje te maken. Zij was namelijk Juliana, geboren van Stolberg, gravin van Nassau en moeder van Willem I, prins van Oranje.
Onze koningin Juliana, die nog maar zeven jaar geleden is overleden, was naar haar vernoemd.

Juliana van Stolberg was een bijzondere vrouw en dat niet alleen vanwege haar zoon Willem, die in de zestiende eeuw een leidende rol speelde in de Nederlandse strijd om de vrijheid tegen de Spaanse onderdrukkers.
Juliana leefde van 1506 tot 1580 en woonde het grootste deel van haar leven op slot Dillenburg in Duitsland. Zeventien kinderen kreeg zij in twee huwelijken. Zij had dus een groot huishouden om voor te zorgen, waarbij ze als gravin natuurlijk de hulp had van een hofhouding.

Tijd voor hobby's had Juliana niet, maar een van haar vele taken deed ze zo graag, dat het wel een hobby leek. Ze bracht namelijk veel tijd door in de kruidentuin in het dal bij het kasteel. Veel verstand had zij van de geneeskrachtige werking van de kruiden die zij hier verbouwde. Eigenhandig maakte zij er zalfjes en geneesmiddelen van. Je zou kunnen zeggen dat ze een eigen apotheek had.

De 'apotheek' van gravin Juliana was wijd en zijd bekend. Niet alleen bewoners van het kasteel, maar ook mensen uit de omgeving maakten er dankbaar gebruik van. Zelfs uit verre plaatsen kwamen boden naar de Dillenburg om een bestelling door te geven. Voor de armen was de "adellijke" hulp de enige uitkomst als ze ziek of gewond waren.

De gravin, die veel zorg besteedde aan de opvoeding van haar kinderen, nam hen natuurlijk ook mee naar de tuin. Daar leerde zij hen over de geneeskrachtige werking van de gewassen die daar groeiden. Sommige kinderen gingen later net als hun moeder geneesmiddelen maken en uitdelen. De kruidentuin van de Dillenburg was dus ook een kindertuin, waar kinderen leerden om met gewassen om te gaan. In de tijd van Juliana van Stolberg waren de lessen des te nuttiger, omdat de gezondheid van veel mensen ervan afhing.

Slot Dillenburg

Alex van Vuuren

 

 …we in mei de ijsheiligen hebben?

Wie kent de ijsheiligen?

Om te weten wat voor dag het is en wat je allemaal te doen hebt, hebben heel veel mensen een agenda. Een van papier of zelfs in de vorm van een klein computertje, een “organizer”. Daarvoor hadden mensen vaak een kalender of keken in de krant. En gaan we nog verder terug in de tijd dan hadden zelfs dat niet al onze overgrootouders.

Hoe moesten de mensen hun afspraken maken in de oude tijd? Hoe moesten bijvoorbeeld boeren 400 jaar geleden hun werk plannen? Daar bood de kerk een goed hulpmiddel voor.

Al duizend jaar geleden was er een heiligenkalender samengesteld: elke dag van het jaar werd genoemd naar een heilige. Vaak werden kinderen genoemd naar de heilige van hun geboortedag. En werd er een andere naam gekozen, dan werd alsnog de naamdag gevierd. Dit gebeurt trouwens nog steeds in katholieke landen zoals Spanje, Portugal en Italië.

In de volksweerkunde is de traditie van de dagheiligen bewaard gebleven. Het bekendste voorbeeld zijn de ijsheiligen: hun naamdagen vallen op 11 t/m 14 of 15 mei. Zij hebben die naam gekregen omdat volgens eeuwenoude ervaring dit de laatste dagen met nachtvorst zijn voordat het echt zomer wordt. Het zijn dus geen extra koude dagen. Maar uitschieters zijn er altijd wel: vorig jaar zakte de temperatuur in Nederland in de nacht van 2 op 3 juni nog onder nul.

Elk jaar wachten wij met het planten van sla, tomaten, courgettes en andere voorgezaaide plantjes tot na 15 mei. Pas dan mogen de gevoeligste plantjes de volle grond in, daarvoor blijven zij in de kas of onder platglas. In één koude nacht zouden anders de jonge blaadjes kunnen doodvriezen.

De tijd van de ijsheiligen telt in sommige streken 3 , in andere 4 of 5 dagen. Dit zijn ze:

11 mei Mamertus

12 mei Pankratius

13 mei Servatius

14 mei Bonifatius van Tarsus

15 mei wordt vooral in de Alpen “Koude Sophie”  genoemd. Vroeger werden dan vuren ontstoken in de bergen om de mensen tegen de kou te beschermen.

 Wie waren deze heiligen? 

Mamertus werd in het jaar 461 bisschop in Vienne in Zuid-Frankrijk. Hij geldt als schutspatroon van de herders en de brandweer. Hij liet de mensen bidden voor de afwending van rampen. Hij overleed op 11 mei 475.

Pankratius was een jongen uit Phrygië (een koninkrijk op de Anatolische hoogvlakte, nu Turkije) die op 14 jarige leeftijd in het jaar 304 in Rome martelaar werd. De Romeinse keizers wilden offers laten brengen aan hun goden en lieten de christenen vervolgen. Pankratius was christen en kreeg zo de doodstraf.

Servatius (of ook Servaas) zou in de 4de eeuw in Armenië geboren zijn. Hij reisde als diplomaat door heel Europa om aan conferenties van bisschoppen deel te nemen. Uiteindelijk werd hij bisschop van Maastricht.

Bonifatius van Tarsus was een Romeinse burger, die, net als Pankratius, de marteldood stierf  tijdens de christenvervolgingen (rond het jaar 307). In 1969 werd hij officieel van de heiligenkalender gehaald.